Schreeuw om cultuur of om een nieuwe politiek? (deel 2)

Door: Imre Parkanyi - zakelijk leider EA

Zoals ik in het vorige deel van mijn blog (November 2010) stelde, heeft de kunstenaar (of kunstinstelling) nu onbedoeld de maatschappelijke taak gekregen om te laten zien dat idealen (en ideeën, verhalen, mythes,…) zin hebben. Immers, de politiek is weggevallen in het legitimeren van de kunstenaar en zijn idealistische bijdrage voor de samenleving. Waar ze in de afgelopen 50 jaar de overheidsfinanciering legitimeerde met (inhoudelijk zwakke) argumenten als: ‘Kunst hoort erbij’ of ‘Kunst is er voor iedereen’, bleken de economische crisis en de verrechtsing van het kabinet uitgangspunten voor de ontwikkeling van een meer rationeel beleid. De beleidsvoorkeuren van het huidige kabinet zijn helder: in de toekomstige beoordeling van kunstinitiatieven krijgt het publiek(sbereik) een belangrijkere rol toebedeeld, evenals de buitensubsidiabele inkomsten (onder het mom van cultureel ondernemerschap). Jong talent en educatie blijven subsidiabel, artistieke kwaliteit moet van nationale en/of internationale betekenis zijn. Last but not least moeten publiek en private partijen directer bij cultuur worden betrokken, vanuit de motivatie dat de vermeende afhankelijkheid van de overheid moet worden teruggedrongen.

De gesubsidieerde kunstenaar die aldus een bescheiden bijdrage levert aan het landelijke publieksbereik, niet al te jong meer is en die niet een specifiek en meetbaar utilitair argument kan uitbuiten (zoals educatie of ondernemerschap), moet zich ernstig zorgen gaan maken over zijn toekomstige subsidie-inkomsten. Hij gaat nu een tijdsgewricht in waarin hij zich –bewuster dan voorheen– rekenschap moet geven van zijn houding ten opzichte van het regeringsbeleid. Hierin heeft hij vier keuzes, in willekeurige volgorde:

1) Beleidsvernietiging
De kunstenaar besluit zich niet meer te willen verhouden tot overheidsbemoeienis en zorgt louter voor buitensubsidiabele inkomsten.

Voordeel: vrijstelling van overheidsvoorwaarden en -criteria
Nadeel: beperkte vrijheid in product- of dienstontwikkeling

2) Beleidshandhaving
De kunstenaar besluit subsidies aan te blijven vragen, zonder zich echter rekenschap te geven van het regeringsbeleid.

Voordeel: geen implementatie van nieuw beleid
Nadeel: kans daalt dat aanvragen gehonoreerd worden

3) Beleidsontwikkeling (inhoudelijk)
De kunstenaar besluit zijn corebusiness om te vormen naar de criteria van het regeringsbeleid, maar binnen de marges van de inhoudelijke missie en doelstellingen.

Voordeel: vergroting kans op subsidie
Nadeel: implementatie nieuw beleid kost tijd (en geld)

4) Beleidsontwikkeling (effectief)
De kunstenaar besluit zich optimaal te verhouden tot het regeringsbeleid, ten koste van de inhoudelijke missie of doelstellingen.

Voordeel: optimale kans op subsidie
Nadeel: verlies van artistieke geloofwaardigheid, intensieve beleidsverandering

Mogelijkheid 1 schept ruimte en vrijheid, maar vraagt om andere inkomstenbronnen. Zo dient de kunstenaar marktgeoriënteerd te zijn, hij zal dus moeten zorgen dat zijn werk verkoopt. Omdat het evident is dat de regering liever geen cent meer aan kunst en cultuur uitgeeft, zal zij deze beleidskeuze vooral toejuichen. Mogelijkheid 2,3 en 4 zijn wel subsidie georiënteerd, maar wel in oplopende mate doorspekt met het ‘wie zoet is, krijgt lekkers’ principe. Ten opzichte van deze beleidskeuzes heeft de overheid eveneens de touwtjes flink in handen: wie het beste voldoet aan de gestelde eisen, heeft de meeste kans te worden ondersteund.

Ergo: zolang de kunstwereld (en het kunstpubliek) niet massaal en daadkrachtig dit beleid aanvecht –dus niet een eenmalige Schreeuw om Cultuur– en het Nederlandse volk duidelijk maakt wat het bestaansrecht is van kunst en cultuur voor onze samenleving, kent het nieuwe beleid maar één winnaar: het kabinet.

(Wordt vervolgd…)


Vacature stagiair podiumtechniek (m/v)

Voor de voorstelling ENIGMA VARIATIES zijn we op zoek naar een stagiair podiumtechniek.

Periode
21 februari t/m 22 april 2011. Tenminste fulltime beschikbaar tijdens montageperiode (23 feb t/m 14 maart) en op alle voorstellingsdagen (zie website).

Functie-inhoud

Tijdens de stage ondersteun je onze inspiciënt. Van het montageproces tot en met de laatste voorstelling. Je bent betrokken bij alle technische facetten die behoren bij het maken van een voorstelling, te weten transport, decor, licht, geluid. Tijdens de stage werk je in diverse theaters in het land.

Funstie-eisen

  • Tweede of derde jaars student podiumtechniek
  • In het bezit van Rijbewijs B
  • Iemand met veel affiniteit voor theater en podiumtechniek
  • het liefst wonende in Utrecht of omgeving

Geboden

Een boeiende werkplek met uitgebreide mogelijkheden. Je neemt deel aan het volledige montageproces tot aan de laatste voorstelling en je bent nauw betrokken bij het team. We bieden een stagevergoeding conform de CAO Theater.

Contact en vacatureinformatie

Graag ontvangen wij een (digitale) brief mét CV voor 31 januari 2010. Voor meer informatie kun je contact opnemen met Charon van Buuren (productieleider) via charon@theaterea.nl.

THEATER EA verstuurt geen ontvangstbevestiging van jouw sollicitatiebrief. Indien je niet wordt uitgenodigd voor een gesprek ontvang je hiervan schriftelijk bericht.